ARFID staat vaak niet helemaal op zichzelf. Misschien merk je dat eten niet alleen lastig is door angst, afkeer of overprikkeling, maar dat er ook iets anders meespeelt. Bijvoorbeeld autisme, ADHD, angst of dwang.

Dat kan behoorlijk verwarrend zijn. Want wat hoort bij ARFID, wat heeft met iets anders te maken en waarom is dat soms zo lastig uit elkaar te houden? 

Op deze pagina lees je hoe ARFID samen kan voorkomen met andere diagnoses en waarom die overlap belangrijk is. Niet om alles meteen in hokjes te stoppen, maar om beter te begrijpen wat er mogelijk meespeelt.

Wat betekent comorbiditeit bij ARFID?

Die overlap met andere diagnoses wordt in de zorg ook wel comorbiditeit genoemd. Dat is dus eigenlijk een moeilijk woord voor: twee of meer diagnoses of klachtenpatronen die naast elkaar voorkomen.

Bij ARFID zie je dat best vaak. Niet omdat iemand “extra ingewikkeld” is, maar omdat eten samenhangt met heel veel systemen tegelijk. Prikkelverwerking. Gewoontes. Controle. Angst. Energie. Spanning in het lichaam. Sociale situaties. Hoe veilig of onveilig iets voelt.

Soms is er echt sprake van een tweede diagnose. Soms overlappen kenmerken elkaar. En soms maakt het ene het andere erger. Dat is precies waarom het zo belangrijk is om goed te kijken naar het totaalplaatje.

Waarom ARFID vaak niet op zichzelf staat

ARFID gaat niet alleen over wat je wel of niet eet. Het gaat ook over wat eten bij jou oproept.

Voor de één is dat intense afkeer of sensorische overprikkeling. Voor de ander angst voor misselijkheid, verslikken of overgeven. Weer iemand anders merkt dat eten er makkelijk bij inschiet, of dat vaste routines en controle een grote rol spelen.

Dan is het ook niet zo vreemd dat ARFID geregeld voorkomt samen met andere diagnoses of klachten.

Dat betekent niet dat alles automatisch een extra label moet krijgen. Soms lijken dingen op elkaar, maar hebben ze een andere oorzaak. Eten vergeten door chaos of aandachtstekort is iets anders dan eten vermijden omdat het onveilig voelt. En een sterke behoefte aan voorspelbaarheid is niet automatisch hetzelfde als dwang.

Toch kunnen die dingen in het dagelijks leven flink door elkaar lopen. En juist dan helpt het als je beter begrijpt wat er speelt.

ARFID en autisme

Bij autisme kan eten veel meer van je vragen dan mensen van buitenaf vaak zien.

Geuren komen harder binnen. Structuren voelen intenser. Verandering kost meer energie. Een maaltijd is dan niet “gewoon eten”, maar een opeenstapeling van prikkels, verwachtingen en aanpassingen.

Daarom zie je bij ARFID en autisme vaak dingen als:

  • sterke voorkeur voor vaste producten, merken of bereidingswijzen
  • veel stress bij verandering
  • snel overprikkeld raken aan tafel
  • moeite met onvoorspelbaarheid
  • een lichaam dat heel duidelijk aangeeft: dit voelt niet veilig

Dat is geen koppigheid of aanstellerij. Het is vaak een heel logische reactie van een zenuwstelsel dat veel moet verwerken.

Lees verder: ARFID en autisme

ARFID en ADHD

Bij ADHD draait het niet altijd om niet willen eten. Soms draait het juist om vergeten, uitstellen, geen signalen opmerken of compleet vastlopen zodra eten geregeld moet worden.

Boodschappen doen. Bedenken wat je gaat eten. Iets maken. Op tijd eten. Genoeg variatie aanbrengen. Klinkt simpel. Is het vaak niet.

Als daar ook nog ARFID bij komt, wordt het vaak extra ingewikkeld. Dan gaat het niet alleen om moeite met structuur of focus, maar ook om spanning, vermijding of een heel beperkt veilig repertoire.

Misschien herken je dingen als:

  • maaltijden uitstellen tot het echt niet meer gaat
  • eten vergeten en daarna compleet ontregeld raken
  • terugvallen op hetzelfde veilige eten
  • moeite met plannen, koken en organiseren
  • frustratie omdat je wél wilt, maar het niet voor elkaar krijgt

Van buitenaf lijkt dat soms simpel op te lossen. Alsof je gewoon wat beter zou moeten plannen. Maar zo simpel is het niet.

Lees verder: ARFID en ADHD

ARFID en angst

Angst speelt bij ARFID vaak een grote rol. Bang zijn om te stikken. Bang zijn om misselijk te worden. Bang zijn om over te geven. Bang zijn voor buikpijn, een allergische reactie of een andere nare lichamelijke ervaring. Dat zijn geen rare gedachten als jouw systeem eten aan gevaar heeft gekoppeld.

Bij sommige mensen is er daarnaast ook sprake van een angststoornis. Dan kunnen spanning, piekeren, vermijding en lichamelijke onrust elkaar versterken.

Het lastige is dat vermijden op korte termijn oplucht. Je hoeft het spannende eten niet te eten, dus je voelt even minder stress. Logisch. Tegelijk houdt vermijding de angst vaak in stand. Je systeem krijgt zo niet de kans om te ervaren dat eten ook veilig kan zijn. Daardoor wordt het lijstje met dingen die nog veilig voelen soms steeds kleiner.

Dat heeft niets te maken met aanstellen of te weinig wilskracht. Het is vaak een heel begrijpelijke reactie op angst.

Lees verder: ARFID en angst

ARFID en dwang

Misschien heb je vaste rituelen of eetregels rond eten. Iets moet op een bepaalde manier. Je eet bijvoorbeeld in een vaste volgorde, gebruikt altijd hetzelfde bord of merkt dat bepaalde combinaties alleen op één specifieke manier goed voelen. Een afwijking daarin kan dan opvallend veel onrust geven.

Soms raakt dat aan dwang. Bij sommige mensen past dat ook bij OCD, een obsessieve compulsieve stoornis. Dan gaat het niet alleen om spanning of behoefte aan voorspelbaarheid, maar ook om terugkerende gedachten en handelingen die de onrust even moeten verminderen.

Denk bijvoorbeeld aan eten steeds opnieuw controleren, vaak naar de houdbaarheidsdatum kijken, ergens herhaaldelijk aan ruiken, bevestiging vragen of iets weggooien uit angst dat het niet meer goed is. Dat kan even opluchten, maar maakt de twijfel vaak ook sterker.

Om dat beter te begrijpen, helpt het om niet alleen te kijken naar wat je doet, maar ook naar waarom je het doet. Vermijd je iets omdat het vies voelt? Omdat het onveilig voelt? Omdat je bang bent voor de gevolgen? Of omdat controle en rituelen je systeem heel even rust geven?

Dat onderscheid is belangrijk. Niet om je in een hokje te duwen, maar omdat passende hulp begint bij goed begrijpen wat er onder het gedrag zit.

Lees verder: ARFID en OCD

Wat als je jezelf in meerdere dingen herkent?

Dat komt vaak voor.

Misschien herken je jezelf in ARFID én autisme. Of in ARFID en ADHD. Of merk je dat angst een grote rol speelt. Misschien denk je zelfs: ik herken van alles een beetje en nu weet ik het al helemaal niet meer.

Dat snap ik.

Juist dan helpt het om niet meteen in harde conclusies te denken. Een diagnose of label kan soms helpend zijn, maar vertelt nooit het hele verhaal. Het gaat niet om in welk hokje je wel of niet past, maar om wat er bij jou speelt. Daarom helpt het om laag voor laag te kijken.

  • Wat voel ik bij eten?
  • Wat vermijd ik precies?
  • Wat maakt eten zwaar?
  • Waar zit de meeste spanning?
  • Wat kost mij dagelijks het meest?

Van daaruit ontstaat vaak meer helderheid.
Niet in één keer. Wel stap voor stap.

Wanneer het slim is om hulp te zoeken

Als eten veel ruimte inneemt in je hoofd en je dag, invloed heeft op je gezondheid, sociale situaties moeilijk maakt of je leven kleiner maakt dan je zou willen, dan is het goed om daar serieus naar te kijken.

Zeker als ARFID samenloopt met andere diagnoses of onderliggende factoren. Dan kan het extra lastig zijn om te begrijpen wat waar vandaan komt.

Wat dan helpt, is overzicht. Woorden krijgen voor wat er gebeurt. Beter begrijpen wat er allemaal meespeelt. Niet omdat daarmee alles meteen opgelost is. Wel omdat helderheid rust kan geven.

Ik kijk graag met je mee.