Er bestaan veel misvattingen over ARFID en die zorgen ervoor dat de eetstoornis nog steeds slecht wordt begrepen. Zodra het over ARFID gaat, denken veel mensen nog steeds aan iemand die gewoon lastig is met eten. Kieskeurig. Verwend. Moeilijk. Alsof het om voorkeuren gaat. Alsof je met een beetje wilskracht, discipline of wat meer lef vanzelf verder komt.

Alleen zo werkt ARFID niet.

ARFID is geen karaktertrek. Geen fase. Geen aanstellerij. En ook geen gebrek aan discipline. Het is een serieuze eetstoornis die veel verder gaat dan iets niet lusten. Toch krijgen veel mensen met ARFID nog steeds te maken met onbegrip, vooroordelen en goedbedoelde adviezen waar ze precies niets aan hebben.

En dat maakt het vaak nog zwaarder. Niet alleen omdat eten al ingewikkeld genoeg is, maar ook omdat je het steeds weer moet uitleggen of jezelf moet verdedigen.

In dit artikel zet ik 7 veelvoorkomende misvattingen over ARFID op een rij. Niet alleen omdat ze niet kloppen, maar ook omdat ze het voor mensen met ARFID vaak nóg moeilijker maken.

Ben je nog niet goed bekend met ARFID? Lees dan eerst mijn artikel Wat is ARFID? of ARFID bij volwassenen.

Misvatting 1: ARFID is gewoon kieskeurigheid

Dit is veruit de bekendste misvatting over ARFID. Ja, iemand met ARFID kan heel selectief eten. Maar ARFID is niet hetzelfde als kieskeurig zijn. Bijna iedereen heeft wel eten waar hij geen fan van is. Dat is normaal.

“Ik lust geen olijven” is alleen iets heel anders dan dat eten zó veel spanning of overprikkeling oproept, dat je lichaam meteen in de weerstand schiet. Of vastlopen op etentjes, reizen, werkafspraken, verjaardagen of spontane plannen omdat eten altijd meespeelt. Dat is een hele andere orde van grootte.

Het verschil zit niet alleen in wát iemand eet, maar vooral in hoeveel ruimte het inneemt. Hoeveel het beperkt. Hoe vaak het je dwingt om te plannen, te vermijden, uit te leggen of je aan te passen. Eten kost dan niet alleen energie op het moment zelf, maar vaak ook al ruim daarvoor. In je hoofd ben je er voortdurend mee bezig. Wat kun je eten? Waar? Met wie? Hoe wordt het bereid? Wat als er niets veiligs is? Wat als iemand er iets van zegt? Wat als je misselijk wordt?

Bij ARFID gaat het dus niet om een paar producten die je liever laat staan, maar om de intensiteit, de spanning en de impact op je gezondheid en je dagelijks leven.

Misvatting 2: ARFID komt alleen bij kinderen voor

Veel mensen zien ARFID nog steeds als iets dat alleen bij kinderen voorkomt. Alsof het alleen gaat over peuters en kinderen die moeilijk doen over groente en daar vanzelf een keer overheen groeien. Maar ARFID komt ook voor bij volwassenen.

Vaak ontstaat ARFID al in de kindertijd. Als daar niets mee gebeurt en iemand geen passende hulp krijgt, blijft het probleem vaak gewoon bestaan. Alleen verwacht de buitenwereld dat je er op een gegeven moment wel overheen bent. Alsof leeftijd vanzelf oplost waar iemand al jaren mee worstelt. Alsof je op je achttiende ineens wakker wordt en denkt: nou, laat ik vandaag spontaan alles eten waar ik mijn hele leven op vastliep. Was het maar zo simpel.

Juist bij volwassenen wordt ARFID nog vaak niet (h)erkend. Niet omdat het minder ernstig is, maar omdat iemand soms al jaren manieren heeft gevonden om zich aan te passen, situaties te vermijden of het eetpatroon zo goed mogelijk te managen. Daardoor zie je aan de buitenkant niet altijd hoeveel spanning, planning en beperking er achter het eten schuilt.

Benieuwd hoe vaak ARFID nou eigenlijk voorkomt? Lees dit artikel

Misvatting 3: ARFID gaat vanzelf over als je ouder wordt

Deze hoor je in allerlei varianten terug. Als ze ouder wordt, trekt het wel bij. Als hij op kamers gaat, leert hij het wel. Als je eenmaal een relatie hebt, komt het vanzelf goed.

De boodschap is steeds hetzelfde: het leven dwingt je er wel overheen.

Maar het leven dwingt niets. Onderliggende oorzaken zoals sensorische overprikkeling, angst voor verslikken of overgeven, of een gebrek aan eetlust lossen zichzelf niet op met de jaren. Sterker nog: meer zelfstandigheid betekent ook meer situaties waarin eten een rol speelt. Zelf boodschappen doen, koken, etentjes, vakanties, werkafspraken, relaties. De verwachtingen groeien, de druk ook. Voor veel volwassenen met ARFID wordt eten daardoor niet makkelijker met de tijd. Soms juist zwaarder.

Misvatting 4: Je hebt bij ARFID altijd ondergewicht

Ja, ondergewicht of gewichtsverlies kan bij ARFID voorkomen. Voor sommige mensen is voldoende eten elke dag zó lastig dat ze afvallen of extra voeding nodig hebben. Maar dat is niet het hele verhaal.

Je kunt ook ARFID hebben zonder ondergewicht. Sommige mensen blijven op een gemiddeld gewicht. Anderen hebben overgewicht. Dat hangt vaak samen met wat er in een bepaalde fase gegeten wordt. Als veilige producten vooral voorspelbaar zijn en relatief veel calorieën bevatten, kan iemand aankomen. Zijn er periodes waarin er nog maar heel weinig lukt, dan kan het gewicht juist weer dalen.

Wie alleen naar gewicht kijkt, mist dus een groot deel van wat er speelt. Aan iemands lichaam kun je niet automatisch zien hoe beperkt het eetpatroon is, hoeveel stress eten kost, of er tekorten zijn ontstaan en hoeveel impact ARFID op het dagelijks leven heeft. Ondergewicht kan dus voorkomen bij ARFID, maar het is geen voorwaarde om ARFID te hebben of om er ernstig onder te lijden.

Wil je hier meer over weten? Lees dan ook mijn artikel ARFID en gewicht.

Misvatting 5: Iemand met ARFID stelt zich aan of doet expres moeilijk

Auw. Deze komt vaak hard binnen.

Niet alleen omdat het onzin is, maar ook omdat veel mensen met ARFID dit soort reacties echt naar hun hoofd krijgen. Dat ze dramatisch zijn. Koppig. Verwend. Lastig. Dat ze gewoon aandacht willen. Of expres moeilijk doen om alles om zichzelf te laten draaien. Terwijl de werkelijkheid meestal precies andersom is.

De meeste mensen met ARFID willen helemaal niet opvallen. Ze willen juist zo min mogelijk aandacht. Zo min mogelijk uitleg. Zo min mogelijk opmerkingen. Ze willen niet dat eten zo’n ding is. Ze willen niet dat hun dag eromheen draait. Ze willen niet weer degene zijn die in een restaurant, op een verjaardag of tijdens een weekend weg “gedoe” veroorzaakt.

ARFID is geen aanstellerij. Geen karakterfout. En al helemaal geen spelletje om aandacht te krijgen. Het is een serieuze eetstoornis die vaak gepaard gaat met angst, afkeer, overprikkeling, schaamte en uitputting. Veel mensen met ARFID zouden het liefst willen dat eten gewoon minder ingewikkeld was. Punt.

Juist dit soort oordelen maken het vaak nog zwaarder. Want als je steeds het gevoel krijgt dat anderen je niet geloven, ga je jezelf soms ook in twijfel trekken. Misschien stel ik me aan. Misschien moet ik me er gewoon overheen zetten. Misschien ben ik echt lastig. Terwijl er in werkelijkheid iets heel anders speelt.

Dat maakt deze misvatting zo schadelijk. Niet alleen omdat ze niet klopt, maar ook omdat ze schaamte vergroot en hulp zoeken moeilijker kan maken.

Misvatting 6: ARFID komt door slechte opvoeding 

Als een kind moeite heeft met eten, wordt al snel naar de opvoeding gewezen.

Te toegeeflijk. Te beschermend. Te meegaand. Te weinig doorgepakt.

Dat is makkelijk oordelen van de zijlijn. Als een kind elke dag huilt, kokhalst of in paniek raakt bij het eten, pas je je als ouder aan. Je zet neer wat wél gaat. Je dringt niet steeds aan. Je maakt niet van elke maaltijd een gevecht. Dat is geen zwakte of verwennerij, maar vaak pure noodzaak.

ARFID ontstaat niet doordat iemand verkeerd is opgevoed. Het is een complex eetprobleem waarbij vaak meerdere dingen meespelen, zoals sensorische gevoeligheid, angst voor nare gevolgen van eten, weinig interesse in eten, stress of negatieve ervaringen rond eten.

Tegelijk heeft de manier waarop op eetproblemen wordt gereageerd wel degelijk invloed. Veel volwassenen met ARFID zijn opgegroeid in een tijd waarin op moeilijk eten vaak streng, dwingend of straffend werd gereageerd. Blijven zitten tot je bord leeg was. Zonder eten naar bed. Straf voor niet eten of “moeilijk doen”. Soms zelfs dwangvoeren of een klap krijgen.

Als eten al spanning oproept en daar druk, straf, schaamte of machteloosheid bovenop komen, wordt eten niet veiliger. Het wordt juist nog meer beladen. Voor kinderen kan dat verwarrend, angstig en soms ronduit traumatisch zijn. Zeker als ze niet begrepen werden in wat er werkelijk aan de hand was.

Dat heeft ARFID misschien niet veroorzaakt, maar bij kinderen die toch al veel moeite hadden met eten, kunnen zulke reacties de eetproblemen wel degelijk hebben verergerd of dieper hebben vastgezet. Veel ouders deden wat ze kenden, of wat op dat moment als enige optie voelde. Soms uit onmacht. Soms uit bezorgdheid. Soms omdat niemand begreep wat er werkelijk speelde.

Misvatting 7: Je moet gewoon vaker proeven

Klassieker. Vaak goedbedoeld. Bijna nooit helpend.

Van buitenaf klinkt het simpel. Je denkt: als iemand iets spannend vindt, moet diegene het toch gewoon vaker doen? Alleen gaat dat bij ARFID compleet voorbij aan wat er echt speelt. Angst. Overprikkeling. Misselijkheid. Controleverlies. Een lijf dat al in de rem schiet voordat de eerste hap überhaupt in beeld komt. Veel mensen met ARFID hebben al talloze keren geprobeerd iets te eten waar ze moeite mee hebben, met hartkloppingen, tranen of kokhalzen als gevolg.

“Je moet gewoon proeven” klinkt dus simpel, maar voelt voor iemand met ARFID vaak allesbehalve simpel.

Dat betekent niet dat verandering onmogelijk is. Zeker niet. Herhaald proeven kan zeker helpen, maar alleen als het gebeurt vanuit veiligheid, begrip en kleine stappen die haalbaar voelen. Zonder die basis werkt ‘gewoon proberen’ vaak averechts.

Deze misvatting maakt het vaak nog moeilijker. Niet alleen omdat de opmerking weinig oplevert, maar ook omdat iemand met ARFID zich daardoor al snel onbegrepen en opgejaagd voelt, of het gevoel krijgt tekort te schieten. Alsof je faalt in iets wat voor anderen vanzelfsprekend lijkt. Terwijl het probleem meestal niet zit in onwil, maar in wat eten vanbinnen oproept.

Tot slot

Misvattingen over ARFID lijken misschien onschuldig, maar dat zijn ze niet. Ze zorgen ervoor dat mensen zich schamen, zichzelf minder serieus nemen of te laat passende hulp zoeken. Hoe beter ARFID wordt begrepen, hoe kleiner de kans dat iemand wordt weggezet als lastig, kieskeurig of overdreven, terwijl er in werkelijkheid veel meer aan de hand is. Vroege en passende hulp maakt verschil. 

Herken je jezelf in deze misvattingen? Lees dan ook verder in mijn artikelen over ARFID en gewicht, [ARFID bij volwassenen] en [Wat is ARFID?]. Hoe beter je begrijpt wat er speelt, hoe makkelijker het wordt om jezelf serieus te nemen en passende hulp te vinden.