ARFID ziet er niet bij iedereen hetzelfde uit. En precies dát maakt het soms zo verwarrend.
Misschien denk jij bij ARFID meteen aan extreem selectief eten. Misschien is eten voor jou vooral spannend door angst of paniek. Of misschien heb je juist weinig interesse in eten en voelt elke maaltijd als een taak, iets wat moet. Allemaal kan het bij ARFID passen.
Er worden vaak 3 typen ARFID onderscheiden. Niet als strakke hokjes waar je netjes in moet passen, maar als drie veelvoorkomende patronen die helpen om beter te begrijpen waarom eten zo lastig kan zijn. Dat kan opluchten. Want als je snapt wat er onder jouw eetgedrag ligt, wordt ook duidelijker wat je nodig hebt. Tegelijk geldt ook: veel mensen herkennen zich niet in maar één profiel, maar in een combinatie daarvan.
Wat zijn de 3 typen ARFID?
De 3 typen ARFID die vaak worden genoemd, zijn:
• ARFID door sensorische gevoeligheid
• ARFID door angst voor nare gevolgen van eten
• ARFID door weinig interesse in eten, geen honger gevoel of weinig eetlust
Ik neem ze kort met je door.
1. ARFID door sensorische gevoeligheid
Bij dit type ARFID speelt vooral de zintuiglijke kant van eten een grote rol. Structuur. Geur. Smaak. Temperatuur. Uiterlijk. Hoe iets aanvoelt in je mond. Jouw systeem reageert heel sterk op sensorische input en daardoor kan eten als te veel, te vies of te onveilig worden ervaren.
Een bepaalde structuur kan meteen walging oproepen. Een geur kan zo heftig binnenkomen dat je al afhaakt voordat je een hap hebt genomen. Een sausje kan niet gewoon een sausje zijn, maar iets glibberigs, onvoorspelbaars en ronduit onveiligs. En dan kun je nog zo graag willen eten, maar je zenuwstelsel heeft daar op dat moment vaak een heel eigen mening over.
Daardoor eet je vaak vooral wat veilig en vertrouwd voelt. Vaste producten. Vaste merken. Vaste bereidingswijzen. Niet omdat je moeilijk doet. Maar omdat voorspelbaarheid rust geeft.
Je herkent dit type misschien als:
• Je sterk reageert op structuren, geuren of smaken
• Je vaste producten of merken nodig hebt
• Nieuwe dingen proberen veel spanning oproept
• Je eten snel te intens of vies kan voelen
2. ARFID door angst voor nare gevolgen van eten
Bij dit type staat angst meer op de voorgrond. Eten voelt dan niet alleen lastig, maar ook onveilig.
Je kunt bijvoorbeeld bang zijn om je te verslikken, misselijk te worden, buikpijn te krijgen of te moeten overgeven. Soms ontstaat dat na een nare ervaring. Soms sluipt het er langzaam in. Maar als eten eenmaal gekoppeld raakt aan gevaar, kan elke maaltijd veel spanning oproepen. Je wilt misschien best eten, maar je lijf staat al in de stress.
Je herkent dit type misschien als:
• Je veel spanning voelt vóór of tijdens het eten
• Je bang bent voor lichamelijke gevolgen van eten
• Je bepaalde producten vermijdt omdat ze onveilig voelen
• Je extra alert bent op wat je lichaam doet tijdens het eten
3. ARFID door weinig interesse in eten of een lage eetlust
Dit type wordt vaak minder snel herkend. Bij dit profiel is eten meestal niet vooral eng of vies, maar gewoon iets waar weinig drive op zit.
Je hebt weinig honger. Vergeet te eten. Stelt eten uit. Zit snel vol. Of bent halverwege je maaltijd je interesse alweer kwijt.
Dat klinkt misschien onschuldig. Dat is het niet.
Want als eten niet vanzelf gaat, terwijl je lichaam wel brandstof nodig heeft, wordt het al snel een dagelijkse opgave.
Je herkent dit type misschien als:
• Je weinig of geen honger voelt
• Je eten vaak uitstelt of vergeet
• Je snel vol zit
• Je weinig plezier of motivatie ervaart rond eten
Je hoeft niet in één type te passen
Dit is misschien nog wel het belangrijkst: veel mensen herkennen zich niet in maar één van de 3 typen ARFID.
Je kunt bijvoorbeeld sensorisch gevoelig zijn én angst hebben voor overgeven. Of weinig eetlust hebben én tegelijk sterke afkeer voelen bij bepaalde structuren. Dat komt vaak voor.
Ik herken dat niet alleen uit mijn werk, maar ook uit mijn eigen leven. Bij mij speelden alle 3 de typen ARFID een rol. Niet netjes los van elkaar, maar door elkaar heen. Precies dat kan het zo verwarrend maken.
Dus als jij denkt: ik ben eerder een mix dan een duidelijk type, dan is dat helemaal niet gek.
Juist daarom helpt het om niet alleen te kijken naar wat je eet, maar vooral naar waarom eten lastig is. Daar zit vaak de echte ingang.
Tot slot
De 3 typen ARFID kunnen helpen om beter te begrijpen wat er bij jou speelt. Soms staat één type op de voorgrond. Vaak lopen ze door elkaar heen.
Wat jouw profiel ook is, het is geen aanstellerij of gebrek aan wilskracht en zegt niets over jouw karakter. Wel over hoe jouw systeem met eten omgaat. En dat verdient begrip en passende hulp.
