Als je ARFID hebt, kan je eetpatroon behoorlijk beperkt zijn. Dat kan te maken hebben met spanning, afkeer, overprikkeling of weinig eetlust. Daardoor kan het lastig zijn om genoeg te eten, of om voldoende variatie binnen te krijgen. En juist dat kan gevolgen hebben voor je lichaam.

Denk aan te weinig energie, tekorten aan vitamines of mineralen, een gevoelige spijsvertering of een lagere weerstand. Klachten die soms duidelijk merkbaar zijn, maar ook zo langzaam kunnen ontstaan dat je het niet meteen doorhebt.

ARFID kan verschillende gevolgen hebben voor je lichaam en gezondheid. In dit artikel lees je waar je op kunt letten en wanneer het verstandig is om hulp in te schakelen.

Je lichaam heeft voedingsstoffen nodig

Eten levert energie en voedingsstoffen. Vitamines, mineralen, eiwitten en vetten zijn allemaal stoffen die je lichaam nodig heeft om goed te functioneren. Als je met ARFID leeft en je eetpatroon beperkt is, kan het lastig zijn om daar genoeg van binnen te krijgen.

Misschien heb je een kleine selectie veilige voedingsmiddelen die je kunt eten. Die kunnen houvast geven en soms onmisbaar zijn. Maar samen bevatten ze vaak niet alles wat je lichaam dagelijks nodig heeft. Dat kan leiden tot tekorten.

Veelvoorkomende tekorten en hun gevolgen

IJzertekort en bloedarmoede

IJzer zit vooral in vlees, peulvruchten en groene bladgroenten. Als die buiten je veilige voedsellijst vallen, loop je kans op een ijzertekort. Dit kan leiden tot bloedarmoede, met als gevolg:

  • aanhoudende vermoeidheid, ook na een goede nachtrust
  • concentratieproblemen en vergeetachtigheid
  • duizeligheid of bleekheid
  • kortademigheid bij inspanning

Vitamine- en mineralentekorten

Afhankelijk van wat je wel en niet eet, kunnen er tekorten ontstaan aan onder andere:

  • vitamine D en calcium: belangrijk voor sterke botten en tanden. Een tekort vergroot op de lange termijn het risico op botontkalking (osteoporose).
  • vitamine B12: zit voornamelijk in dierlijke producten en is essentieel voor je zenuwstelsel en energieniveau. Een tekort kan zorgen voor vermoeidheid, tintelingen en stemmingswisselingen.
  • zink: speelt een rol bij je immuunsysteem en wondgenezing. Een tekort kan ervoor zorgen dat je weerstand lager is en je vaker ziek wordt.
  • foliumzuur (vitamine B9): belangrijk voor celvernieuwing en het functioneren van je brein.

Eiwittekort

Eiwitten zijn de bouwstenen van je spieren, organen en immuuncellen. Als je weinig of eenzijdig eet, kan er een tekort ontstaan. Dat merk je bijvoorbeeld aan:

  • spierverlies of weinig spierkracht
  • trager herstel van wondjes
  • een verzwakt immuunsysteem en lagere weerstand

Wat je in je lichaam kunt merken

De gevolgen van ARFID kunnen op verschillende plekken in je lichaam merkbaar worden. Soms heel duidelijk, zoals duizeligheid, buikklachten of snel uitgeput zijn. Soms veel subtieler, zoals minder concentratie, sneller overprikkeld raken of langer nodig hebben om te herstellen.

Die signalen staan niet los van elkaar. Als je lichaam weinig brandstof of weinig variatie krijgt, kan dat invloed hebben op je energie, je spijsvertering, je weerstand en uiteindelijk ook op hoe je je mentaal voelt.

Te weinig energie 

Als je lichaam structureel minder energie binnenkrijgt dan het nodig heeft, gaat het zuiniger werken. Je lichaam probeert dan te doen wat het kan met wat er wél binnenkomt.

Dat merk je vaak aan:

  • een constant lege batterij
  • moeite met concentreren (brain fog)
  • sneller geïrriteerd of emotioneel zijn
  • slechter slapen
  • weinig energie om dingen te doen

Veel mensen wennen hier ongemerkt aan.
Je denkt misschien: zo ben ik gewoon. Terwijl je lichaam eigenlijk al langere tijd tekortkomt.

Ondergewicht

Niet iedereen met ARFID heeft ondergewicht, maar het kan wel voorkomen, zeker als de hoeveelheid die iemand eet ook beperkt is.

Langdurig ondergewicht kan gevolgen hebben voor:

  • je energieniveau: je lichaam gaat in de spaarstand
  • je hormoonhuishouding: bij vrouwen kan de menstruatie wegblijven of onregelmatig worden
  • je hartfunctie: bij ernstig ondergewicht kan het hart onder druk komen te staan
  • je botdichtheid: botten kunnen minder sterk worden als ze niet voldoende voeding krijgen

Bij kinderen en jongeren kan ARFID ook de groei en ontwikkeling remmen. Het lichaam heeft in die fase extra veel voedingsstoffen nodig.

Je spijsvertering

Als je weinig verschillende voedingsmiddelen eet, kan je spijsverteringsstelsel daar gevoelig op reageren.

Veelgehoorde klachten zijn:

  • obstipatie, zeker als er weinig vezels in je voeding zitten
  • een gevoelige maag, soms raakt het maag-darmstelsel minder gewend aan bepaalde voedingsmiddelen
  • misselijkheid, soms door voeding zelf, soms door spanning rondom eten. Vaak is het een combinatie.

Je immuunsysteem

Een gevarieerd dieet ondersteunt je afweer. Als je lichaam tekortkomt in voedingsstoffen zoals vitamine C, vitamine D en zink, kan je immuunsysteem minder goed werken. Dat betekent niet dat je constant ziek bent, maar je kunt merken dat je:

  • vaker en langer ziek bent dan anderen
  • trager herstelt van infecties of wondjes

De impact op je mentale gezondheid

ARFID heeft niet alleen invloed op je lichaam, maar ook op hoe je je voelt.

Dat kan op verschillende manieren door elkaar lopen. Als je lichamelijke klachten krijgt, kan eten nog spannender worden. Tegelijk kan het uitbreiden van je eetpatroon juist veel angst oproepen.

Ook schaamte, frustratie en machteloosheid kunnen zwaar wegen. Zeker als je al vaak hebt gehoord dat je “gewoon beter moet eten”, terwijl het voor jou zo niet werkt.

Daarnaast kunnen tekorten, zoals ijzer, vitamine B12 of foliumzuur, invloed hebben op je stemming, concentratie en energieniveau.

Soms is het lastig te onderscheiden wat oorzaak is en wat gevolg. En dat hoeft ook niet meteen duidelijk te zijn om hulp te zoeken.

Wanneer is het verstandig om hulp te zoeken?

Je hoeft niet te wachten tot je echt ziek bent. Als je eetpatroon beperkt is en je je zorgen maakt over je gezondheid, is het verstandig om hulp te zoeken.

Zeker als je merkt dat:

  • je eetpatroon steeds beperkter wordt
  • je weinig energie hebt of je uitgeput voelt
  • je duizelig bent of flauwvalt
  • je snel gewicht verliest
  • je lichaam duidelijke signalen geeft dat het niet goed gaat

Je kunt hiervoor terecht bij je huisarts. Die kan bijvoorbeeld bloedonderzoek doen om tekorten op te sporen, met je meedenken of supplementen zinvol zijn of
je doorverwijzen naar iemand met ervaring met ARFID.

Een professional die bekend is met ARFID begrijpt dat “gewoon meer en gevarieerder eten” geen oplossing is. Het gaat erom samen te kijken wat wél haalbaar is voor jou. En hoe je je lichaam zo goed mogelijk kunt ondersteunen, binnen jouw mogelijkheden.

Als je klachten herkent, is dat geen reden voor schaamte. Het is informatie. En soms ook een signaal dat je ondersteuning verdient die echt bij ARFID past.

Wil je meer lezen over hoe ARFID je dagelijks leven kan beïnvloeden?
Lees dan ook het artikel: De impact van ARFID op je dagelijks leven.